EEN NADERE TOELICHTING OP ‘HOE NU VERDER’

Inmiddels is het ruim twee weken geleden dat ik in het kader van het herdenken van het zeventig jaar verblijf in Nederland bovengenoemde vraag heb gesteld. Een vraag die bedoeld is om naast de herdenking ook de toekomst in Nederland te overdenken. De eerste stap is de derde en vierde generatie Molukkers en niet-Molukkers te laten debatteren over: de zin, inhoud en vorm van de herdenking van ‘70 jaar verblijf Molukkers in Nederland’. 

Met de sociaaleconomische en sociaalmaatschappelijke veranderingen die zowel op landelijk, regionaal als lokaal niveau gaande zijn, gaan wij als Molukse gemeenschap onrustige en onzekere tijden tegemoet. De vereiste veerkracht binnen de Molukse gemeenschap om met de gevolgen daarvan om te gaan, is zoals ik het zie helaas onvoldoende.

Na een jaar of zes zullen bijna alle tweede generatie Molukse ouderen die in de Molukse wijken wonen de AOW-leeftijdsgrens passeren. Voor de meeste van hen betekent dit een extra druk op hun leefsituatie: minimum inkomen, klein of geen pensioen, en mogelijk extra (gezondheids)zorg. Degene die deze grens reeds hebben gepasseerd en nu moeten rond komen van een klein pensioen bovenop op hun AOW kunnen dit beamen. Versterken van de sociale basis (wijkgemeenschap, organisaties, en netwerk) in de Molukse wijken is daarom een vereiste, want de kosten voor levensonderhoud zal alleen maar toenemen.

Een andere even belangrijke ontwikkeling is de invloed die de tweede generatie Molukkers hebben die op de identiteitsvorming (van de derde, vierde, en vijfde generatie); zorgen voor het  behoud en overdracht van onze specifieke waarden, normen, en basisprincipes. Met de jaren zal deze invloed ook afnemen. Aandacht voor de sociale positie van de tweede generatie is daarom  even belangrijk als die van de derde en vierde generatie. 

Kijken we naar het beeld wat de media van ons laat zien, dan zien we een tweede generatie die het verdriet wat hun ouders en henzelf is aangedaan nog aan het verwerken is, en we zien een uiteenlopend beeld van de derde en vierde generatie: van fanatieke RMS-aanhangers in de Molukse wijken tot rolmodellen die hun plaats al hebben gevonden in de Nederlandse samenleving.

Het is een beeld waar ‘een blik naar de toekomst’ (nog steeds) ontbreekt. Een essentieel aspect dat houvast moet bieden aan zowel zij die zich zien als behoren tot de Molukse gemeenschap als aan zij die gekozen hebben om op te gaan in de Nederlandse samenleving.

Zonder een duidelijke toekomstbeeld wordt het moeilijk om een  zinvolle bijdrage te leveren aan de ontwikkeling  van zowel de Molukse gemeenschap hier als de vele kleine gemeenschappen daar: de samenleving op de Molukken.

Dat ‘een blik naar de toekomst’ nodig is, is ook af te leiden uit de verharde discussie dat  Molukkers van alle generatie voeren  op sociale media over de zin, vorm en inhoud van de herdenking en wie de herdenking zou moeten of mag organiseren.

Debatteren over de zin, inhoud en vorm van het zeventig jaar verblijf van ons in Nederland zie ik daarom als een eerste opstap om de verschillende argumenten/standpunten over de betekenis en reden van ons verblijf hier in Nederland scherp te stellen. Om vervolgens via  dialogen een verdiepingsslag te maken om achterliggende waarden, normen en principes zichtbaar te maken. Met het verkregen inzicht  kan dan de stap naar vernieuwing gemaakt worden: onze toekomst in Nederland overdenken.

Hoe zien we onszelf als de vooruitzichten op een vrije staat (RMS) onzeker blijft.  Zien we ons dan nog als een gemeenschap met haar eigen specifieke waarden, normen, en basisprincipes. Of  zien we ons eerder als individuen met een Molukse afkomst /achtergrond die de voorkeur geven om  op te gaan in de Nederlandse samenleving. Anders gesteld, als een Molukse gemeenschap of als een groep van individuen: Molukkers zoals de media ons nu al duidt

In de situatie zoals ik hierboven probeer te schetsen is de vraag wie de herdenking zou moeten  organiseren, wat de inhoud en vorm daarvan moet zijn niet of van minder belang. Veel belangrijker is om van deze gelegenheid gebruik te maken door naast het herdenken ook de toekomstige situatie te overdenken.

Hoe kunnen we als gemeenschap vernieuwingen initiëren die leiden tot sterke sociale structuur en positie van de wijkbewoners in de Molukse wijken.

Jongeren (Molukkers en niet-Molukkers) met elkaar in debat laten gaan om de verschillende standpunten scherp te krijgen is nodig om via dialogen de verdiepingsslag te kunnen maken  om de achterliggende waarden, normen, en basisprincipes zichtbaar te maken. Ze zijn nodig om sociale  vernieuwing binnen onze gemeenschap op gang te kunnen brengen. Ze zijn de onderdelen in het gezamelijke zoekproces om antwoorden te vinden op de centrale vraag ‘hoe nu verder’.

Natuurlijk brengt dit onrust en spanningen teweeg, omdat met zo’n stap  we uit onze confortzone stappen. Het vereist durf om die stap te zetten, anders blijft onze toekomst hier in Nederland even zo mistig en grijs als ons verleden.

KIJKEN MET EEN ANDERE BLIK NAAR DE TOEKOMST

Evenals hun ouders weten Molukkers van tweede generatie wat het is om decennialang ‘stateloos’ te zijn. Het heeft hen weerbaar gemaakt. Met de steun van hun ouders hebben ze het gevoel van saamhorigheid (grote ‘familiegevoel’) doorgegeven aan hun kinderen en  kleinkinderen.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Foto-2-1024x768.jpg

Je kan dit zien als een grote verdienste van de tweede generatie. Zij hebben dit grote ‘familiegevoel’ dat tekenend is voor de Molukse identiteit weten over te dragen aan de derde en vierde generatie.

Zij zijn ook de generatie die de leed met hun ouders deelden. Daarom is een discussie in de media of de staat wel of niet met een excuus moet komen voor wat hun ouders is aangedaan niet alleen terecht maar ook nodig. Want het draagt ook bij aan de verwerking van hun leed, die zij na zeventig jaar nog steeds voelen.

Maar door de beschuldigingen dat over weer in de discussies geuit worden en de boosheid waarmee dat gepaard gaat dreigt nu de aandacht voor de veranderende leef- en woonsituatie van hen af te nemen.

Velen van hen hebben het qua inkomen niet zo breed. De meeste huizen waar ze in wonen zijn in het begin van de jaren zestig gebouwd. In de periode dat aardgas goedkoop was en waar men het niet nodig vond om ze te voorzien van warmte-isolatie. Om de huizen enigszins geschikt te maken voor verwarming door een warmtepomp of via een warmtenet zal er meer gedaan moeten worden dan alleen groot onderhoud of renovatie. Zo’n grootschalige aanpak leidt echter altijd tot een hogere maandelijkse huurprijs.

Wonen in een Molukse wijk is voor de meeste van hen een bewuste keuze. Naast het gevoel van geborgenheid geeft de wijkgemeenschap ze ook een gevoel van saamhorigheid. Als er wat is dat ze niet zelf kunnen doen, dan is altijd wel een medewijkbewoner waar ze om hulp kunnen vragen. Maar nu alles (energie, huur, voedsel, en zorg) duurder wordt en de gevolgen daarvan merkbaarder worden, vragen velen van hen zich af. Hoe moet het straks als we de kosten met onze AOW en een kleine pensioen niet meer kunnen betalen.

Stil staan bij de vraag, of de staat excuses moet bieden voor de leed wat hun ouders, opa’s, oma’s, ooms, en tantes is aangedaan, of de niet uitbetaalde soldijen van hun vaders wel of niet moeten worden gecompenseerd, is dan niet meer zo belangrijk. Eerder, de antwoorden op de vraag ‘hoe nu verder’.

Gelukkig staan ze er niet alleen voor deze uitdaging, want ze kunnen nu een beroep doen op het grote ‘familiegevoel’ van de wijkgemeenschap. Op de creativiteit en vermogen van de derde en vierde generatie om samen met hen deze uitdaging aan te gaan en zo de toekomst met vertrouwen tegemoet treden.

Buro Pro-kumpulan wil met de voorlichtingscampagne ‘Naar sociaal duurzame Molukse wijken’ een bescheiden bijdrage hieraan leveren, door een ’venster’ te openen dat uitzicht geeft om met een andere blik naar de toekomst te kijken.